Home  /  Over Zottegem en haar bestuur  /  Achter de schermen  /  Archeologische opgravingen Velzeke

23 mei 2025

Archeologische opgravingen Velzeke


Met de heraanleg van de N46 en enkele zijstraten in Velzeke kregen de archeologen van SOLVA groen licht om op verschillende plaatsen een kijkje onder de grond te nemen. De resultaten? Fascinerend én indrukwekkend. We spraken met archeologe Arne Verbrugge, die de opgravingen in goede banen leidde.

Hallo Arne! Wat doet een archeoloog bij SOLVA eigenlijk?

SOLVA is een intercommuncale. Wij werken voor 21 gemeentes in het zuiden van Oost-Vlaanderen, waaronder Zottegem. Telkens als een gemeente infrastructuurwerken plant, zoals een nieuwe riolering of bibliotheek, onderzoeken wij eerst of er op die plek archeologisch erfgoed in de bodem zit. Eerst via bureauonderzoek – oude kaarten, luchtfoto’s, historische data – en als dat nodig is, gaan we ook fysiek ter plaatse met proefputten of sleuven. Als we dan waardevolle resten vinden die door de geplande werken zouden verstoord worden, volgt een volwaardige opgraving.

En dat was in Velzeke het geval?

Klopt! Het projectgebied in Velzeke waren een deel van de Provinciebaan, enkele zijstraten en een bufferbekken. De straten worden heraangelegd en er komt een nieuw rioleringsstelsel. We maakten proefputten in verschillende straten. In de meeste straten was geen verder onderzoek nodig, maar enkele andere straten en het bufferbekken werden wel geselecteerd voor verder onderzoek.


Dat er Romeinen in Velzeke hebben rondgelopen, wisten we uiteraard al. Dat was niet het punt van deze opgravingen. We wilden vooral in de zijstraten en in het bufferbekken graven om het algemene plaatje te kunnen vervolledigen. Uit vorige opgravingen weten we dat het een regionaal Romeins centrum of een vicus was, dat ontstaan was uit een legerkamp. Er passeerden veel reizigers en kooplieden en er waren ook heel wat ambachten. Het was echt een religieus en administratief centrum, een stadje. Velzeke is een van de best onderzochte Romeinse sites in heel Vlaanderen. We weten dus al veel, maar we wilden het algemene plaatje vervolledigen. Net daarom waren deze opgravingen zo belangrijk, om die laatste snippers uit het verleden te vinden en een volledig beeld te krijgen van een Romeinse nederzetting. Daarom was het bufferbekken ook belangrijk, omdat we op voorhand niet wisten of we in de nederzetting gingen zitten, of er net buiten. Het probleem met de eerdere opgravingen in de jaren ’60 is dat die plannen niet ingemeten zijn met gps, wat toen nog niet bestond. We wisten dus dat er ergens een tempel en een herberg was, maar de exacte locatie kenden we niet.

Wat we hier uiteindelijk gevonden hebben, dat heb ik als archeoloog nog nooit meegemaakt. De grond zat bomvol!

Wat we hier uiteindelijk gevonden hebben, dat heb ik als archeoloog nog nooit meegemaakt. De grond zat bomvol! Op een gebied van 1000m² hebben we meer dan 700 sporen gevonden, wat enorm veel is. Het terrein blijkt erg intensief gebruikt geweest te zijn tussen de eerste en de derde eeuw. 

In de oudste fase ging het waarschijnlijk om achtererven met beerputten en waterputten. De eigenlijke huizen zullen dus iets verder gestaan hebben. Die beer- en waterputten zijn goudmijnen voor ons! Daar kunnen we nu natuurwetenschappelijk onderzoek op doen, en informatie vergaren over het toenmalige dagelijks leven. De waterput zelf konden we niet opgraven omdat die veel dieper gaat dan de werken zelf, dus we hebben besloten om die in situ te bewaren. We hebben wel een boring gedaan om de diepte te bepalen: de put was ongeveer 12 meter diep. Uit die boring hebben we stalen kunnen halen waarop we nu ook natuurwetenschappelijk onderzoek kunnen doen. Zo kunnen we het landschap reconstrueren, wat de Romeinen toen cultiveerden, aten etc.

In de tweede eeuw krijgt het terrein een andere, rituele functie. We vonden kuilen met speciale zaken, een volledige bronzen schaal. Die was gedeponeerd op de bodem van een put en hebben we in een blok aarde eruit gelicht, waarna we die blok aarde gescand hebben en de bronzen schaal tevoorschijn kwam. We vonden ook een put met 33 volledige drinkbekertjes die daar waarschijnlijk ook bijgezet zijn omwille van een religieuze gebeurtenis of feestmaal. Zelfs de stenen funderingen van een gebouw vonden we terug, wat erg bijzonder is gezien funderingen van woonhuizen destijds in hout werden gemaakt. 

Het gaat dus mogelijk een tempel, villa of administratief gebouw. En onder de funderingen van dat gebouw hebben we het skelet van een hond gevonden. Die kuil lag mooi evenwijdig met de fundering, dus we denken dat het een soort bouwoffer was. Dat werd gedaan om de grond, die eerst als woon- of artisanale zone gebruikt werd, te zuiveren vooraleer het een religieuze functie kreeg. Bouwoffers gebeuren regelmatig in de Romeinse tijd, ook bij de houten gebouwen. Maar dat zijn meestal zaken als een slijpsteen, geen levend materiaal. Dat kan echter ook een vertekend beeld zijn want Balegemse steen, waaronder de hond lag, is heel kalkrijk en dat heeft ervoor gezorgd dat die hond supergoed bewaard is.

Wat gebeurt er nu met de vondsten?

Alles wordt nu gewassen, gezeefd en zorgvuldig geïnventariseerd in een databank. Intussen doen we verder onderzoek: we analyseren het aardewerk, bekijken chemische samenstellingen en reconstrueren het landschap en het dagelijks leven op basis van de stalen die we namen.

Wat is nu eigenlijk het belang van deze opgravingen?

Het is een nieuw puzzelstukje van de site die we ondertussen goed kennen. We hebben ook nieuwe technieken gebruikt: alles is met de gps ingemeten dus ons plan ligt goed vast. We hebben de zuidelijke grens uit de eerste eeuw nu heel duidelijk te pakken. We hebben ook nieuwe dateringsmogelijkheden toegepast die nog meer nieuwe data kunnen genereren. Wat ook leuk is, is dat we stukjes van de opgravingen van de jaren ‘60 hebben teruggevonden. Ze werkten toen nog met de hand en lieten bankjes staan om de vier meter, die we allemaal terugvonden. We hebben hun bankjes ingemeten en hopen dat we aan de hand daarvan hun opgravingsplan kunnen perfect lokaliseren.

Het was ook duidelijk dat ze alleen maar geïnteresseerd waren in grote potscherven. Dakpannen en stenen hebben ze allemaal laten liggen. Die hebben wij nu wel meegenomen want wij kunnen daar veel meer mee doen. We kunnen die dateren en de chemische samenstelling bekijken om te zien vanwaar die dakpannen komen.

Heb je zelf een favoriete vondst?

Op een van de eerste dagen van de opgravingen, vond ik een ring met een volledige gemsteen en een afbeelding van Mercurius. Dat maakt het zo tastbaar en brengt je terug naar de mensen die daar toen gewoond hebben. Wie zou die ring gedragen hebben? Hetzelfde met het hondenskelet: de laatste personen die die hond heeft gezien, waren Romeinen. Dat is bijna niet te vatten. Dat vonden zelfs de Amerikanen interessant, want onze opgravingen zijn op Fox News geweest. We vonden ook heel veel aardewerk. Dat is voor het grote publiek niet meteen sexy, maar voor ons wel! Vaak staan daar stempels van pottenbakkers op, waarvan we weten dat ze in een atelier hadden in Frankrijk, Spanje of Italië. Dat aardewerk is dus van daar naar Velzeke geraakt, en dat vind ik wel indrukwekkend.

Tot slot, waarom ben jij zelf archeoloog geworden?

Dat is misschien stom, maar door Jurrassic Park. Ik heb die film als kind gezien en was echt onder de indruk. Ik wou eigenlijk paleontoloog worden, maar de jobzekerheid van archeologen is net iets groter. Als kind sleurde ik op vakantie altijd al stenen mee. Het is mij ook met de paplepel ingegeven, want mijn vader heeft geschiedenis gestudeerd en we bezochten samen veel musea. Ik vind het nog altijd een superjob. Na 20 jaar als archeologe beginnen de knieën wat tegen te sputteren, maar de adrenaline die je krijgt bij dat soort opgravingen, maakt veel goed!

Dankjewel voor dit verhelderende interview!