Noodgeld

Tijdens de Groote Oorlog ontstond er in België van meet af aan een groot geldtekort, vooral voor het kleinere betalingsverkeer. Munten werden opgepot, uiteraard de gouden en zilveren (zo was toen de 50 centiemen nog altijd een zilverstukje), maar ook deze in koper en nikkel, want deze metalen waren belangrijk voor de oorlogsindustrie.

Om de geldschaarste enigszins te verhelpen werden een aantal maatregelen genomen.

De Nationale Bank, die al in 1912 problemen voorzag en een voorraad 5 frank-biljetten drukte, bracht die meteen in omloop, samen met een inderhaast gedrukte biljettenreeks, gekend als rekening-courantbiljetten.
 

Toen de Nationale Bank het uitgifterecht verloor omdat ze haar goud- en zilvervoorraad buiten België in veiligheid had gebracht, gaf de Generale Bankmaatschappij biljetten uit, met de garantie dat ze ten laatste drie maanden na het einde van de oorlog tegen biljetten van de Nationale Bank zouden kunnen omgewisseld worden.

Het werd echter alsmaar moeilijker om de bankbiljetten in de gemeenten en steden te krijgen. Om dat probleem op te lossen ging men steeds meer over tot het uitgeven van noodgeld, meestal in de vorm van papiergeld, maar soms ook van metalen munten.

Meer dan 600 gemeentebesturen gingen over tot het drukken van noodgeld. In Oost-Vlaanderen gebeurde dat in minstens een honderdtal steden en gemeenten. Gewoonlijk kon er met dat geld enkel in de gemeente zelf betaald worden. In een aantal gevallen, zoals in de omgeving van Oudenaarde en in het Waasland werd echter overeengekomen dat het noodgeld van diverse gemeenten betaalkracht kreeg op hun gezamenlijk grondgebied.

Naast de gemeenten gaven ook de talrijke steun- en hulpcomités (onder meer het Nationaal Hulp- en Voedingscomité) noodgeld uit.

Ook fabrieken en firma’s deden dat, vaak onder de vorm van salaris- en aankoopbons.


Tot slot werden er zinken munten uitgegeven: 5, 10, 25 en 50 centiemen kwamen in omloop.

In Zottegem werd tot nog toe enkel een biljet van 10 centiemen teruggevonden, uitgegeven door het Hulp- en Voedingskomiteit van Velzeke.

Tentoonstelling

Van vrijdag 8 tot en met zondag 17 mei 2015 wordt in de Ridderzaal van het Kasteel van Egmont de tentoonstelling "Noodgeld. Een onbekend verhaal uit de Groote Oorlog” georganiseerd. Het noodgeld is een deel van de indrukwekkende collectie van Zottegemnaar Eric D’Hoker.

De tentoonstelling is gratis toegankelijk van maandag tot vrijdag van 10 tot 12 en van 14 tot 16 uur, op zaterdag van 10 tot 12 en van 14 tot 17 uur en op zondag van 10 tot 12 uur en van 15 tot 18 uur.