Het ’Heldenmonument’ aan de heldenlaan

Bij officiële vaderlandse plechtigheden wordt steevast een eresaluut gebracht aan het oorlogsgedenkteken op de Heldenlaan. Wanneer en waarom dit monument werd geplaatst is een boeiend verhaal dat weinig gekend.

Het idee om in Zottegem een heldenmonument te plaatsen, wordt al eind mei 1919 gelanceerd, wanneer de gemeenteraad een comité gelast ‘zich bezig te houden met de verheerlijking der gesneuvelden’.

Op zondag 27 juli datzelfde jaar worden de stoffelijke overschotten van Leonce roels en Désiré Vanden Bossche, die in 1916 door de Duitsers werden terechtgesteld wegens oorlogsspionage, op grootse wijze op het kerkhof bijgezet. Deze indrukwekkende rouwplechtigheid heeft ongetwijfeld de oprichting van een huldemonument zoniet bespoedigd, dan toch onomkeerbaar gemaakt: ‘Na de buitengewoone lijkplechtigheden die te Sottegem plaats hadden den 27 july 1919 ter eere van onze terechtgestelde medeburgers H.H. Léonce roels, notaris en Disideer Vanden Bossche, ijzerenwegbediende(…) en waartoe een stroom van volk als in bedevaart was toegelopen, is onze commissie thans van oordeel bij ons gemeentebestuur aan te dringen om door haar milde tusschenkomst het daarstellen van het ontworpen praalmonument ter eere onze gesneuvelde medeburgers te bespoedigen’, luidt het begin 1921.

Schepen Van Oudenhove, voorzitter van de hoger genoemde commissie, brengt in maart 1920 verslag uit. ‘De openbare inschrijving voor een oprichten van een gedenksteen beloopt tot 5000 fr en morgen komen naar Sottegem de afgevaardigden der notarissen welke aan het gedenkteeken 20000 fr besteden ter nagedachtenis van den heer notaris roels’. De gemeenteraad oordeelt dat de gemeente ‘ruim moet bijdragen tot het dekken der kosten van het gedenkteken, zonder eene som te bepalen’.

Er wordt een wedstrijd uitgeschreven en liefst ‘twaalf ontwerpen, teekeningen, en elf maquetten’ worden ingestuurd. Pas in februari 1921 beslist de commissie het ontwerp ingediend door de heer Vits uit Melle te laten uitvoeren, dit voor de som van 54000 frank. Het bedrag wordt opgehoest door ‘de notarissen van België en Parijs’(20000 frank), door ‘vrijwillige inschrijvingen’ (5000 frank) en door de gemeente (29000 frank), die daarvoor een lening onderschrijft. Jules Vits, een jonge beeldhouwer uit Melle -en beschermeling van Omer Van Lierde, schepen en jurylid- omschrijft zijn werk als volgt: ‘Een voetstuk in blauwe of witte steen. Waar, op het voorplan een strijdende soldaat, gekwetst, vallende op zijn verbrijzeld kanon, met gebroken zweerd zich nog verdedigende tot dat zijne krachten hem begeven. Neven hem een opgeëischte werkman, afgebeuld en al werkende bezweken. Op beide zijkanten, de beeltenissen van M.M. roels en Vanden Bossche, die tijdens de vijandelijke bezetting, trots alle gevaar, voor vaderlandsche diensten gefussilleerd zijn. Boven het voetstuk komt de engel van vrede en liefde voor ’t vaderland (gevoelens waarin de jongens gestorven zijn), nevem hem het nakomelingenschap, die hulde brengt aan de Helden. Langs achter, de armoiries, waarboven de namen prijken der roemrijke gevallenen. Alles wordt in uitvoering naar de natuur gestudeerd’.
 
De notarissen, die met een niet onaardig bedrag over de brug kwamen, mochten in ruil autonoom beslissen over de tekst die onder de beeltenis van Leonce roels zou aangebracht worden. En, hoewel het college van Burgemeester en Schepenen een tweetalige tekst prefereerde, stonden de notarissen op de uitsluitend in het frans gebeitelde tekst:’Hommage des notaires Belges et Français à laur confrère, Léonce roels. Mort pour la Patrie, fusillé à casteau le 2 mars 1916’. Onder de beeltenis van Désiré Vanden Bossche luidt het: ‘Gestorven voor ’t vaderland. Doodgeschoten te Masnuy St.Jean den 2 maart 1916’. Ook in de franse tekst werd de plaatsnaam uiteindelijk Masnuy St. Jean.
 
   
Op de achterzijde van het monument kwamen de namen van de 34 gevallen soldaten en de 6 weggevoerden: Leon Bernaeyge, robert Droesbecque, Emiel cantaert, Oscar cousy, Oscar De Smet, Armand Van der Schueren, Leon De rouck, Gilbert Van Breuseghem, Karel-Lodewijk Ardijns,Albert Baeyens, robert Blauwaert, Jules Brewaeys, Georges Brunfaut, Karel cantaert, Victor coolens, Oscar cromphout, Vital De corte, Jules De Koker, Albert De Naeyer, Jozef De Smet, Gustaaf De Stoepel, Adhemar De Sutter, Jules De Sutter, Aloïs De Sutter, Karel Ketsman, Omer Ketsman, romain Lagaert, Josef Mangeleer, Arthur Moreels, Léon Tavernier, Henri Thomas, Gustaaf Van der Stock, Modest Van de Sande, robert Van de Sande (soldaten), richard De Winter (neergeschoten burger) en Alfred De Geyter, Jérome De Maret en Gustaaf Van de Wege (weggevoerden).
 
Wat de weggevoerden betreft, laat het ‘Nationaal Verbond der Weggevoerden, Kantonale Afdeeling Sottegem’ in een niet gedateerd schrijven aan de burgemeester weten ‘met verwondering te hebben bestatigd dat op het gedenkteeken der oorlogshelden slechts drie van de acht door ons opgegeven bezweken opgeëischten voorkomen’. En verder: ‘Wij mogen Ued. niet ontveinzen dat zulks onder de weggevoerden een zekere teleurstelling verwekt heeft, hetgeen natuurlijk met het oog op de aanstaande plechtigheden zeer te betreuren is. Nochtans durven wij verhopen dat dit misverstand wel door Ued. ’s wilwillende tusschenkomst uit den weg zal geruimd worden’

In 1933 beslist de gemeenteraad de namen van Oscar Lamarcq (overleden te Zottegem op 18 april 1917) en van rené Van Daele (overleden te Zottegem op 20 december 1918), ‘opgeëischten, gestorven ten gevolge van ziekte opgedaan in wegvoering’, in de gedenksteen van het Heldenmonument te laten beitelen.

In juni 1921 wordt beslist het heldenmonument op te richten ‘boven aan de Neerstraat’. Begin augustus 1921 wordt een ‘comiteit tot onthullingsfeesten’ boven de doopvont gehouden. Het bestaat uit ‘gansch den gemeenteraad vermeerderd met de vertegenwoordigers der maatschappijen, der oudstrijders, enz ’. Intussen heeft ook Bruggen en Wegen zijn fiat gegeven en kort daarop volgt de ministeriële goedkeuring tot de bouw van het heldenmonument en voor het aanplanten van 26 platanen en een vrijheidsboom.

   

Het monument werd op 25 september 1921 op grootse wijze ingehuldigd. roels en Vanden Bossche, maar ook de gesneuvelde soldaten en de weggevoerden werden in het gebeuren betrokken. Zo vormde men een stoet waarin symbolisch de kist van elke gesneuvelde van de markt naar het kerkhof werd gedragen, waar ze in de grafkelders van het gemeenschappelijke ere-perk werden bijgezet.

In het geheel van de hulde werd ook een lans gebroken om roels en Vanden Bossche met een straatnaam te vereremerken. Maar, pas in 1933 krijgen tal van straten een nieuwe naam. Zo wordt de ‘Neerstraat’ omgesmeed tot Heldenlaan, wordt ‘het einde Neerstraat’ omgedoopt
Geen resultaten gevonden.