Jan De Lichtepad

Route uitgegeven door dienst Toerisme

Kaart

Wegomschrijving

Het Jan De Lichtepad is geen echte wandelroute – want niet lusvormig – maar een rust- en verbindingspunt midden een waaier aan toeristische blikvangers. Cultuur en natuur vormen er een harmonisch geheel.

Rode draad vormt de Molenbeek, meanderend door de vallei, om zich net op de grens tussen Velzeke en Roborst in de Zwalm te storten.

De Molenbeek is een zuiver stroompje geworden, waarin de stekelbaarsjes opnieuw hun balts opvoeren en waar een ijsvogel zijn vaste stek heeft. Waterhoentjes schieten voor je voeten weg; een gele kwik, een blauwe reiger, een torenvalk, een vos, … in de vallei voelen ze zich thuis.

De beek slingert zich door weiden omzoomd met populieren en knotwilgen, ze loopt door een verwilderd bosje en biedt je, vooral richting Ruddershove, prachtige vergezichten.

Op en langs het Jan De Lichtepad ligt een stevig stuk cultuurpatrimonium op een kluitje bijeen. De Paddestraat, ooit een Romeinse heirbaan, vormt de scheiding tussen het dal en de hogere kouters: de padden, die naar de poelen in de vallei trokken, gaven hun naam aan deze kasseiweg. Een weg, beroemd en berucht uit de "Ronde van Vlaanderen.

Langs de straat, ligt het Provinciaal Archeologisch Museum precies op de plaats waar 2000 jaar geleden de Gallo-Romeinen woonden. Een museum waar in een weelde aan voorwerpen, kaarten en teksten, de boeiende vroege geschiedenis van Velzeke en Zuid-Oost-Vlaanderen wordt geschetst.

Nog aan de Paddestraat, staat het Schaliënhof, met cartouche "1663” boven de inrijpoort. Ooit woonden hier de machtigste burgers van Velzeke. Tussen museum en boerderij ligt in de verte het Grauwzustersklooster sedert de 16de eeuw een vermaarde psychiatrische instelling voor vrouwen. En dan heb je nog de Driesmolen, de enige Oost-Vlaamse watermolen met houten bovenslagrad, scheefgezakt in de oever van de Molenbeek. Hier in de buurt stond in de 18de eeuw het krot waar Jan De Lichte werd geboren.

Een holle boom

Knotwilgen zijn beeldbepalend voor het Jan De Lichtepad. En een holle knoest speelt een hoofdrol in de bende van Jan De Lichte. De "kapitein” zelf zou in 1748 gesnapt zijn in een verweerde en vermolmde knotwilg. Volgens de ene in Velzeke, volgens anderen in Dikkele, Geraardsbergen of Meilegem.