Vogelgriep in België en Europa: stand van zaken 13 02 2017

13 02 2017
 
Het risico van vogelgriep is nog niet afgenomen. Het FAVV herinnert er alle vogel- en pluimveehouders dan ook aan om de maatregelen, die moeten helpen om hun dieren te beschermen tegen deze ziekte, nog steeds correct toe te passen.

Het hoogpathogene H5N8-vogelgriepvirus circuleert al sinds einde oktober 2016 in bijna heel Europa. Het is een bijzonder agressief virus dat veel ziekte en sterfte veroorzaakt, zowel bij wilde vogels als bij gehouden vogels.

Op 1 februari werd een eerste besmetting met dit virus ontdekt in ons land. De besmetting in Lebbeke bij een houder van siervogels is tot op heden de enige in ons land. Zijn vogels werden besmet door direct contact met wilde eenden en ganzen.

Dat er ondertussen bij ons geen bijkomende besmettingen meer gevonden zijn, betekent niet dat het risico afgenomen is. Waarschijnlijk zijn er nog steeds besmette wilde vogels aanwezig. Alvast in de landen rondom ons werden in de afgelopen weken nog een behoorlijk aantal gevallen vastgesteld bij wilde vogels en in Duitsland zijn er ook meerdere uitbraken geweest bij pluimvee en andere gehouden vogels. Verderop, in Centraal- en Zuidoost-Europa, woedt de ziekte nog veel intenser. Aangezien wilde vogels zich gemakkelijk over tientallen en zelfs honderden km kunnen verplaatsen onder druk van de koude of gebrek aan voedsel, blijft het risico bijzonder hoog.

Het Voedselagentschap roept dan ook alle houders op om alle verplichte maatregelen vol te houden, hoe lastig deze soms ook zijn voor de dieren. Deze maatregelen zijn in de eerste plaats bedoeld om contacten tussen gehouden vogels en wilde vogels zoveel als mogelijk te verhinderen en zo een besmetting, die steeds gepaard gaat met  veel dierenleed, te voorkomen. Ter herinnering:
  • Alle vogels en pluimvee van hobbyhouders (particulieren, amateurs) en professionele houders moeten opgehokt worden. Het opsluiten van de dieren in hun hok is overigens niet de enige manier om hen af te schermen; ook het houden in open lucht onder netten is toegelaten. Deze beide manieren zijn de enige werkbare om het risico op besmetting gedurende langere tijd zo klein mogelijk te houden.
  • Uiteraard moeten de dieren ook afgeschermd gevoederd en gedrenkt worden. Daarbij mag geen onbehandeld oppervlaktewater gebruikt worden.
Daarnaast zijn ook nog steeds markten, verzamelingen en andere evenementen, waar pluimvee en/of andere vogels van verschillende houders samenkomen, verboden.

Het Voedselagentschap herhaalt dat deze voorzorgsmaatregelen ook gelden voor duiven en loopvogels (struisvogels, emoes, nandoes, …). In tegenstelling tot wat algemeen gedacht wordt en deels geldt voor andere, minder agressieve vogelgriepvirussen, zijn deze vogelsoorten immers ook gevoelig aan dit bijzonder agressieve H5N8-virus. Ook bij hen kan het virus dus door contact met wilde vogels overgebracht worden, zoals enkele besmettingen van de afgelopen maanden her en der in Europa bewijzen. Het FAVV, dat hierover veel vragen ontvangen heeft, heeft contact opgenomen met specialisten van het nationale referentielaboratorium voor dierziekten CODA en het Koninklijk Instituut voor Natuurwetenschappen. Deze hebben de noodzaak van de maatregelen bevestigd. Houders van duiven en loopvogels kunnen zoals anderen dus ook hun vogels buiten laten, maar dan onder netten die de dieren voldoende afschermen van wilde vogels.

De maatregelen gelden voorlopig tot en met 10 maart en zullen eventueel verlengd worden indien het risico blijft. Mocht daarentegen het risico in de tussentijd sterk afnemen, dan kunnen zij steeds vroeger (gedeeltelijk) opgeheven worden.

 
Print...