Afstand van beplantingen

Regelmatig worden wij geconfronteerd met vragen van burgers die op hun eigendom beplantingen (struiken, hagen, bomenrijen of bosaanplantingen) willen uitvoeren. Daarbij dienen bepaalde minimum afstanden gerespecteerd te worden, die kunnen verschillen naargelang de ligging. Hieronder geven we daarvan een overzicht.

De in acht te nemen afstanden bedragen:

1. Langs particuliere eigendomsgrenzen

Voor hoogstammige bomen: min. 0,84m van de grens.
Dit is een erkend gebruik in de kantons Ninove, Brakel, Geraardsbergen, Herzele en Zottegem.
Hoogstammig wil zeggen: meer dan 1,80m hoogte.

Voor laagstammige bomen en hagen: min. 0,42m van de grens.
Laagstammig wil zeggen: minder dan 1,80m hoogte.

Let wel: dit zijn minimum-afstanden; voor een gemakkelijker onderhoud (snoeien) achteraf, raden wij aan om (indien mogelijk) een iets ruimere afstand te nemen.

2. Voor bosaanplantingen in een landbouwzone

Bij heraanplanting: zelfde afstand als de vorige aanplanting
Bij nieuwe aanplantingen: min. 6m van de eigendomsgrens.

3. Langs gewestwegen

Voor beplantingen van meer dan 1,50m hoogte: min. 2m van de grens van de weg.
Voor beplantingen van minder dan 1,50m hoogte: min. 0,25m van de grens van de weg.

4. Langs provinciale wegen

Voor hoogstammige bomen: min. 2m achter de rooilijn; in bochten mogen zij het zicht niet belemmeren.
Laagstammige bomen en hagen: min. 0,50m achter de rooilijn, met een maximumhoogte van 1,25m boven het wegdek; langs de bolle kant van de onoverzichtelijke bochten mogen zij een maximumhoogte van 0,75m bereiken.

5. Langs spoorwegen

Voor hoogstammige bomen:
Min. 6m van de uiterste rand van de spoorweg (talud inbegrepen);
Min. 20m van de uiterste rand van de spoorweg in bochten met een straal kleiner dan 500m;
Bovendien mogen de bomen niet hoger zijn dan de afstand tussen de voet van de boom  en de uiterste rand van de spoorweg.

6. Langs buurtwegen

Levende hagen: min. 0,50m achter de grens van de weg; langs de bolle kant van onoverzichtelijke bochten van de verharde wegen mogen de hagen een maximumhoogte van 0,75m boven het wegdek bereiken.

7. Langs buurtwegen (in uitoefening van het plantrecht)

Bomen:
Min. 3m van de rand van de verharding van de weg;
Min. 2m van de rand van de verharding van een fietspad;
Min. 5m uit de as van de onverharde buurtwegen en bovendien zullen zij op min. 6m van elkaar en op 0,50m van de binnenkant van de gracht, of, indien er geen gracht is, op min. 0,50m van de grens van de weg, geplant worden.

Een buurtweg ontstond doordat het publiek over particulier eigendom ging om bv. een kortere weg te kunnen nemen. Het particulier terrein werd zodus publiek. De eigenaars van die buurtweg zijn de ‘aangelanden’.
De aangelanden mogen bomen bezitten op hun buurtweg. Dit wordt het ‘plantrecht’ genoemd. Dit recht is echter meestal uitgedoofd of opgeheven.

8. Langs niet geklasseerde waterlopen (beken, sloten,…)

Zonder machtiging: min. 3m van de uiterste boord.
Met machtiging (van de provincie): tot op 1m van de uiterste boord, afhankelijk van de boomsoort.

9. Langs geklasseerde waterlopen

Het is verboden naaldbomen te planten of te herplanten of hun zaailingen te behouden op minder dan 6m van hun oevers.
Geklasseerde waterlopen zijn waterlopen die, al dan niet als bevaarbaar geklasseerd, voorkomen in de atlas die in te kijken is op de dienst openbare werken van de gemeente.

Er bestaat ook een atlas voor buurtwegen die eveneens in te kijken is op de dienst openbare werken.
 
Print...