Een Zottegems frontblaadje

Na het vastlopen van het front aan de IJzer werden de meeste Belgische soldaten afgesloten van hun stad en dorp. Slechts mondjesmaat sijpelde informatie van thuis door. Vanaf 1915 werd hieraan een stuk verholpen door het uitgeven van krantjes waarin het nieuws van een streek werd verzameld: de frontblaadjes.

Zelf bezitten we een exemplaar van "Sottegem aan het front”, een krantje van 4 pagina’s uitgegeven in februari 1918.

 

Het blaadje bevat naast het feuilleton Uit het lijdensboek van een krijgsgevangen makker heel wat informatie over Zottegem, zowel ‘recent’ (1917) als ouder (1915) nieuws. We publiceren hieronder de belangrijkste teksten – in originele spelling- en geven waar mogelijk aanvullende informatie.

Onzen toren

"In ’t jaar Onzes Heeren 1915 toen het leger van koning Albert zich op den IJzer had vastgehankerd en met de koene borsten zijner helden het laatste hoekje van den vadergrond beschermde, liep in de rangen der Sottegemsche soldaten de droeve mare rond dat de overweldiger onzen kerktoren had vernield. Onze gemeente zou dan ook den tol betaald hebben aan den vernielingsdrift der duitschers en den dag der verlossing zou den eigenaardigen spits van de dorpskerk de terugkeer der bannelingen niet meer begroeten … Wat een leemte in onze harten, want die toren was de onze omdat wij onder zijn hoede zijn opgewassen en zijn beeld in onze koppen is vergroeid. Maar het nieuws werd gelogenstraft. Wellicht werd de arme stumperd, met zijn rinkelende beiaard, niet waardig geacht voor de foltering van Leuven en Dendermonde en heeft hij zijn eenvoudige stand als dorpstoren hem voor ons en de toekomst bewaard.”

Blijkbaar had men, ten onrechte, het nieuws verspreid dat de toren van de dekenale kerk bij de intocht van de Duitsers in september 1914 werd vernield.

Uit de Streek

Sterfgeval: Men meldt ons het overlijden van Mr. Hector Otte, den 13-6-17 te Sottegem in den Heer ontslapen. RIP. Onze innige deelneming aan den makker George.

Otte was cafébaas, ‘tapper’, in de Trapstraat en werd 45 jaar

Het leven onder de bezetting

Sedert het engelsch offensief zijn er te Sottegem vele vluchtelingen van Komen en omstreken toegekomen welke bij de burgers onder dak gebracht worden. Door nood gedwongen zijn de Sottegemmers zeer praktisch geworden. Zoo bezitten vele burgers een klein boerderijken.

Een handgeschreven ‘vluchtelingenlijst’ van de Etappenkommandantur Aalst vermeldt voor het toenmalige Zottegem liefst 478 namen van mannen, vrouwen en kinderen uit ‘Comines’, zowel uit het Belgische Comines/Komen als uit het aan de overkant van de Leie gelegen Franse Comines.

De lijst leert ons dat de vluchtelingen via Berchem, Ruien en Kwaremont eind juni 1917 naar de Egmontstad waren afgezakt. Al die mensen dienden een onderkomen te krijgen bij de Zottegemse bevolking. De lijst vermeldt de straten waar de vluchtelingen onderdak kregen.

Van de lijst bleef ook een gedrukte samenvatting bewaard.

 

De menschen hebben veel moeite om aan kolen te geraken en branden gedurig hout: veel bomen werden gestolen. Zelfs het bos van Leeuwergem wordt niet gespaard. Uit Herzele meldt men dat in de streek alles rustig blijft en dat bijna overal de bosschen uitgekapt worden.

Huwelijk

We vernemen dat Mejuffer Helena Van Der Schueren in het huwelijk getreden is : onze hartelijke gelukwenschen … welke wellicht niet ter bestemming zullen komen.

Helena Van Der Schueren huwde op 25 augustus 1917 met de Geraardsbergse apotheker Albert Van Damme. Zij was de dochter van de eerste gediplomeerde apotheker in Zottegem. Victor Van Der Schueren vestigde zich in 1887 in de Neerstraat en hield er zijn officina tot aan zijn dood in 1924. Zijn zoon Armand sneuvelde als sergeant bij het 13de Linie op 27 januari 1916 te Sint-Jacobs-Kapelle (nu Diksmuide).

Bemint uwe dooden

De vereering der nagedachtenis van onze duurbare afgesneuvelden is een plicht voor alle Sottegemsche wapenbroeders. Toekomende maand geven wij de lijst der gevallen helden. Wie zendt ons een klein verhaal van de laatste oogenblikken onzer dooden opdat wij elk nummer zouden kunnen wijden aan de nagedachtenis van een hunner. Wie die gebeurtenissen kent, schrijve het ons lijk hij het kan: wij gelasten ons met het opstellen.

Aan de Vrienden van rond Sottegem

Het spijt ons de talrijke vragen naar ons bladje niet te kunnen voldoen want ons bladje is handwerk en ons middels zijn beperkt. We laten hun opmerken dat er voor de streek een ander blad bestaat "Het land van Aalst” aan hetwelke wij hunne vraag overmaken.

Steunt uw Bladje

Door ons ontbrekende adressen te bezorgen, nieuws uit de streek of voorvallen uit uw soldatenleven te zenden, door zoo mogelijk geldelijk te steunen.

Dit was eigenlijk de ontstaansreden van de frontblaadjes: informatie over de streek bundelen en verspreiden.

Opstellers

Adj. E. Cousy - Adj. H.V.D. Linden - J. De Koker

Een van de redactieleden van het frontblaadje was Jules De Koker. Hij was de zoon van Frans en Marie De Clercq, geboren en wonend te Zottegem en was soldaat bij het 6de Linie. Hij stierf, als 25jarige, op 5 november 1918 in het O.-L.-Vrouwgesticht te Sint-Michiels (nu Brugge).