Doortocht duitse keizer in Zottegem zorgt voor paniek in leeuwergem

Op 3 november 1918 reed de Duitse keizer Wilhelm II door Zottegem. Fotograaf Edgard Van Wambeke, wiens atelier was ingericht op de derde verdieping van zijn woning op de hoek van de Markt en de Hoogstraat, nam stiekem een foto.


We zien de keizerlijke auto de Hoogstraat inrijden, tussen een haag van (enthousiaste) soldaten. In het magazijn Sint-Jozef staat men achter het venster te kijken. Blijkbaar moesten de burgers binnenblijven en mochten er enkel soldaten op straat.
 
Acht dagen later werd de Wapenstilstand getekend.
 
De doortocht van de keizer zorgde voor paniek in het naburige Leeuwergem, waar een begrafenis grondig werd verstoord. De pastoor bracht na de oorlog verslag uit. We nemen zijn tekst woordelijk over.

"Op 4 (sic) november 1918 was er in onze Kerk een dienst om 9 uren. Het lijk werd ingehaald omtrent 10 minuten van de kerk. Wij stonden daar reeds, priesters in zwart gewaad, kruisen en vanen, een lang kwartier naar de aankomst van ’t lijk angstig te wachten. In de verte kwamen er een dertigtal vliegers in onze richting en van tijd tot tijd zag men er reeds neertuimelen.

Eindelijk geraakten wij toch zonder deernis de kerk in maar de luchtgevechten kondigden zich dreigender aan en waren luid en vrij oorverdovend donderden de obussen om en rond de kerk.
 
De kinders vluchtten huilend door den koor der kerk, de priester mislezer trok zich weg aan den autaar en stond beweegloos om hoog te staren, de zangers lagen neer in de lessenaars en trachtten te antwoorden aan de priesters die voortzongen om de kalmte te herstellen.
 
’t Gevaar verdween maar vernieuwde onmiddellijk en de paniek beroofde het lijk van alle vrienden en kennissen, alleen de bedroefde familie was in de lijkdienst gebleven – alles eindigde goed in kalmte.
 
Intusschen tijd waren de Duitschers het hol dat de doode bewoond had binnengedrongen en stalen er zeven van de beste peerden.
 
Terwijl de oudste broeder ook door de vijand opgeeischt naar Antwerpen was heengereden en half dood thuis komende, zijnen broeder miste die reeds begraven was en zijn schone en kostelijke dieren weggevoerd vond.
 
De bommen hadden vele ruiten uit doen daveren, eenige koeien gedood – geen menschenlevens waren er te betreuren.
 
Ze zeggen dat het juist dien morgen of dien dag was dat de Keizer hier moest voorbijgaan. Wij hadden bevel gekregen ’t huis te blijven van ’s middags”.
 
Was de pastoor een dag mis? Vermoedelijk wel. Dat de keizer op 3 november door het Zottegemse centrum reed, staat vast en we kunnen ons moeilijk voorstellen dat de Geallieerden zo slecht geïnformeerd waren dat ze een dag te laat bombardeerden.
 
In elk geval werd het ook in Leeuwergem een bewogen dag.